• levering binnen 2-3 werkdagen
  • veilig betalen

Verder met Rome? - interview met ds. P. de Vries en ds. H. Brons

Protestanten en rooms-katholieken zoeken elkaar steeds vaker op. Toch is de leerstellige kloof tussen Rome en Reformatie er bepaald niet kleiner op geworden, vinden dr. H. Brons en dr. P. de Vries. „Eerder groter.”

”Verder met Rome? Een protestantse blik op rooms-katholieke leer en praktijk”, heet het boek dat dr. Brons en dr. De Vries samen schreven. Beide predikanten kwamen met elkaar in contact toen dr. De Vries een positieve recensie schreef over dr. Brons’ uitgave van hymnes van de Engelse dichter William Gadsby.

Er bleek „veel geestelijke herkenning” te zijn, zegt dr. Brons. Al snel kwam het gesprek op de verhouding tussen protestanten en de Rooms-Katholieke Kerk. „Je hoort vaak dat Rome en Reformatie elkaar steeds meer naderen, maar klopt dat wel? We zeiden tegen elkaar: Waarom zouden we dáár geen boekje over schrijven?”

Zestig jaar na het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965), dat de Rooms-Katholieke Kerk weer bij de tijd moest brengen, ligt er dan een boek op tafel. Daarin schrijven dr. Brons en dr. De Vries dat de luiken van de kerk opengingen. „Niet alleen werd het gebruikelijk om de mis in de landstaal te vieren, ook de houding naar andere kerken en naar de wereld buiten de kerk werd anders. Naar haar eigen overtuiging heeft Rome haar leer geherinterpreteerd, maar niet gewijzigd.”

De „geharnaste toon” van Rome is zo goed als verdwenen, zien beide predikanten. „Altijd zal de Rooms-Katholieke Kerk zoeken naar gemeenschappelijke punten. Protestanten die het gesprek aangaan, zullen daarom innerlijk overtuigd moeten zijn van de opvattingen van de Reformatie. Ontbreekt die overtuiging, dan is de stap om mee te gaan niet zo groot.”

Dr. De Vries, in de woonkamer van zijn huis in Nunspeet: „Sommige mensen, bijvoorbeeld van het Platform Rome-Reformatie, vinden deze eenheid heel belangrijk. Maar als een kerkscheuring, hoe verdrietig ook, per definitie onjuist is, dan was de Reformatie een vergissing.”

 

Rome is veranderd en over belangrijke punten van de Reformatie, zoals de rechtvaardigingsleer, is overeenstemming bereikt, stellen zij. Eens?

Dr. De Vries: „De gemeenschappelijke verklaring over de rechtvaardigingsleer uit 1999 is niet ondertekend door bijvoorbeeld presbyterianen en behoudende luthersen, zoals die van de Missouri-synode in de Verenigde Staten. Tegelijk zeggen kardinalen dat er niets in deze verklaring staat dat tegen het zestiende-eeuwse Concilie van Trente ingaat. Daar hebben ze 100 procent gelijk in, en dat moet te denken geven.”

Als het gaat om het feit dat de zaligheid door Christus is verdiend, gaan volgens dr. Brons en dr. De Vries de wegen van Rome en de Reformatie niet uiteen. „Dat was in de zestiende eeuw ook niet het geval”, stellen ze. „De vraag is wat de rechtvaardiging inhoudt en hoe wij er deel aan krijgen. Nog altijd laat Rome de rechtvaardiging opgaan in de heiliging. Dat de rechtvaardiging enkel is gebaseerd op de toegerekende gerechtigheid van Christus, wordt niet genoemd.”

De twee predikanten zien in hun eigen kerkverband eerder onkunde over de rooms-katholieke leer dan dat mensen toenadering tot Rome zoeken. „Ik hoor oudere mensen weleens zeggen dat ze vóór het Tweede Vaticaans Concilie soms nog wel met hun rooms-katholieke buren over het geloof konden spreken”, zegt dr. Brons. „Er was enige geestelijke herkenning.”

Dr. De Vries: „Het eeuwigheidsbesef, het weten dat je God moet ontmoeten, is
bij Nederlandse rooms-katholieken veelal verdwenen. Gerard de Korte, bisschop van Den Bosch, zei eens dat hij hoopt dat de hel leeg zal zijn. Daar zit de gedachte achter: hoogstwaarschijnlijk gaat er niemand verloren. Naar mijn overtuiging is de leerstellige kloof tussen Rome en Reformatie er sinds het Tweede Vaticaans Concilie niet kleiner op geworden.”

 

U schrijft over rooms-katholieken, maar sprak u ook met hen?
Dr. Brons: „Niet voor ons boek. Ik heb jaren in Utrecht gewoond, waar we heel goed contact hadden met onze rooms-katholieke buren. In een van de rooms-katholieke kerken in de stad kreeg ik een keer spontaan een goed gesprek met iemand over de overeenkomsten en verschillen tussen Rome en de Reformatie.”

Dr. De Vries: „Ik heb nog college gehad van monseigneur Jan de Kok, die later hulpbisschop van Utrecht werd. Ook hij begreep die verschillen heel goed. Toen ik predikant was in Boven-Hardinxveld, bezocht ik weleens gemeenteleden die in Den Bosch in het ziekenhuis lagen. Dan merkte je al snel wie er op de zaal rooms-katholiek was. Sommigen waren ontredderd door Vaticanum II.”

Dr. Brons, tegen dr. De Vries: „En wat was dat dan vooral, Piet, wat ze misten?”

Dr. De Vries: „Het zicht op de hemelse eeuwigheid. „Ons is nooit verteld dat sterven God ontmoeten is”, gaven ze aan. „Meneer de
pastoor gelooft helemaal niets meer.” Maar er waren ook rooms-katholieken die wél van hemel en hel wisten. Dan hoefde je niet eerst over de verschillen te spreken, maar kon je hen meteen op het kruis van Christus wijzen.”

 

Idealiseert u niet een beetje de tijd voor het Tweede Vaticaans Concilie, alsof toen alles beter was?
Dr. Vries: „Nou ja, dat zou kunnen. Een rooms-katholieke vrouw zei eens tegen me: „Er wordt wel gesproken over het rijke roomse leven, maar het was er koud.” Met het Tweede Vaticaans Concilie kwam er aan veel machtsdenken een einde.”
Dr. Brons: „Een van onze buren in Utrecht was een man die was opgegroeid in de Zeven Steegjes. Hij kwam uit een gezin met vijftien kinderen. Dan kwam de pastoor op bezoek: „Wanneer komt de zestiende?” Voor die man was dit machtsdenken een reden om niet meer naar de kerk te gaan. Om met de dichter Gerrit Achterberg te spreken: „Godsdienst hing zwaar tegen de hanenbalken.””

 

De kloof tussen Rome en Reformatie is alleen maar groter geworden, stelt u. Waarom?
Dr. De Vries: „Na het Tweede Vaticaans Concilie veranderde de houding naar andere kerken en de wereld. De leer werd dan wel anders verwoord, maar niet fundamenteel aangepast. Rome spreekt wél anders over de reikwijdte van Gods genade, bijvoorbeeld in andere godsdiensten. Die zijn wegen naar God geworden.”

Dr. Brons: „Het Concilie van Trente bepaalde dat ieder persoon die van de leer afwijkt, wordt getroffen met een ”anathema”, een banvloek. Die geldt bijvoorbeeld voor protestanten die de transsubstantiatie, de gedachte dat brood en wijn in de eucharistie daadwerkelijk veranderen in het lichaam en bloed van Christus, loochenen. In principe gelden alle anathema’s nog, want Rome kan ze niet herroepen, omdat in concilies en pauselijke uitspraken de stem van de Heilige Geest zou klinken. Maar de leer kan wel opnieuw worden geïnterpreteerd.”

Dr. De Vries: „Eigenlijk is de kloof tussen Rome en Reformatie al vanaf de zestiende eeuw groter geworden. Denk aan de dogma’s over Maria’s onbevlekte ontvangenis –ze zou zonder zonde zijn– en haar tenhemelopneming. Dat waren echt geen bedrijfsongevallen; ze passen in het denken van de Rooms-Katholieke Kerk. In een afgekondigd dogma klinkt volgens Rome de stem van de Heilige Geest.”

 

Is de paus, een ander struikelblok voor protestanten, acceptabel als eerste onder zijn gelijken?

Dr. Brons: „Als hij echt binnen het bisschoppelijk stelsel valt, zoals in de Vroege Kerk, dan misschien wel. Maar in het huidige kerkelijk denken van Rome zie ik dat als een onmogelijkheid.”
Dr. De Vries: „Ja, dan moet Rome écht van kleur verschieten. Het dogma van de onfeilbaarheid van de paus moet dan worden ingetrokken – en dat kan de kerk niet doen. Overigens is deze leer in 1870 onder grote druk tot stand gekomen, zo blijkt uit documenten. De paus stelt zich sinds Vaticanum II wat meer op als herder tussen de herders, maar uiteindelijk is bij alles zijn stem beslissend.”

 

Binnen de Rooms-Katholieke Kerk is er meer openheid richting het protestantisme. Een positieve ontwikkeling?
Dr. Brons: „Op zich is dat positief. Christenen zijn in Nederland een minderheid geworden. We kunnen elkaar vinden op het terrein van ethische kwesties, zoals abortus en euthanasie. Wat dat betreft kunnen we een stap richting elkaar zetten, zonder onopgeefbare zaken los te laten. Dat kan nooit de bedoeling van de Heere zijn.”

 

Welke stap wilt u zetten en wat is onopgeefbaar?
Dr. Brons: „Nou, de stap om iedereen als mens te blijven zien. Blijf in gesprek en in contact. In die zin brengt verzuiling ons niks. Doe de luiken niet dicht, zodat je een ander gaat verketteren. Dat is ook echt de bedoeling van ons boekje niet. Het gaat om het leven in de vreze des Heeren, vanuit de levende Christus alleen. Onopgeefbaar is voor mij het leven uit de waarheid, waarin de Schrift de bron en norm is, met de gereformeerde belijdenis als grens.”

Dr. De Vries: „Je moet altijd met mensen in gesprek gaan. Soms merk je hoeveel overeenstemming er is over de klassieke dogma’s, zoals de Drie-eenheid en Jezus Christus als God en mens. Wij zijn niet geroepen om te beoordelen hoeveel dwalingen iemand mag hebben om toch nog een ware christen te zijn.”

 

Toch roept u rooms-katholieken op hun kerk te verlaten en zich te „voegen bij een gemeente waar voluit het Evangelie klinkt”. 

Dr. De Vries: „Er is altijd een grijs gebied, en dit geldt óók voor protestanten. De negentiende- eeuwse anglicaanse bisschop J.C. Ryle zei dat je je ziel niet 52 zondagen per jaar in een on-Bijbelse parochie moet laten vergiftigen. Zoek dan een andere parochie op of ga naar de ”dissenters”, buiten de Kerk van Engeland.”

Dr. Brons: „We kunnen niet oordelen over de gewetens van mensen die rooms zijn of willen blijven. Wat wij in ons boek hebben willen doen, is uitleggen waar protestanten voor staan. Wat hun bronnen zijn, waar ze uit putten, hoe rijk de gereformeerde traditie is. We bekijken het goud van de Reformatie tegen de achtergrond van de rooms-katholieke leer. Dit goud moeten we oppoetsen. En blijven oppoetsen.” 

Dr. De Vries: „Inderdaad. Eenheid met Rome is niet mogelijk. De kerk is van Christus. Ik kan Hem niet opzij zetten en in Zijn plaats de paus en priesters genade laten uitdelen. Ik kan Maria die plek ook niet geven. En je moet ook heel eerlijk zijn: omgekeerd wil Rome dat ook niet. Dat wil alleen samenwerken met protestanten die inleveren. Als mensen niet meer weten waarom ze protestant zijn, houdt alles op.”

Verder met Rome?

Dr. H. Brons, dr. P. de Vries
vanaf 1495