Dit boek gaat over veel meer dan de beslissing om een puber al dan niet een smartphone te geven. De reformatorische mediapedagoog koppelt de smartphone niet los van het leven, maar laat zien hoe een christen in een weg vol voetangels en klemmen zich een weg leert banen. Hoogendijk is erin geslaagd een goed leesbaar boek te schrijven, maar voor mensen die het lezen van non-fictie niet zo gewend zijn, vormt dit bijna 300 pagina's tellende boek met een hoge informatiedichtheid een uitdaging. ”Smartphonevrij opgroeien” leest een stuk makkelijker weg, ook omdat het veel meer een zwart-witbeeld schetst. De auteur bepaalt wat de beste keuze is. De vergaande mogelijkheden die er zijn op het gebied van ouderlijk toezicht, komen in dat boek nauwelijks aan bod. Hoogendijk daarentegen erkent dat we in een grijs gebied zitten. De keuze die ouders maken kan op grond van wat zij aanreikt, precies dezelfde zijn, maar de weg ernaartoe is dan heel anders. De ene optie is ook niet per se beter dan de andere. Veel belangrijker is dat de keuze is ingebed in een christelijke opvoeding. Dit gaat niet alleen over de smartphone, dit gaat over het ”wordt deze wereld niet gelijkvormig, maar wordt veranderd door de vernieuwing uws gemoeds” waarvan Paulus spreekt in Romeinen 12. Hoe je dat als ouders handen en voeten geeft, is een persoonlijke afweging die je voor Gods aangezicht maakt.
Mediaopvoeding gaat veel verder dan schermtijd en schermstrijd. Mediaopvoeding blijkt op heel veel momenten geloofsopvoeding te zijn, constateert Hoogendijk. Ze roept christenen op tot matig mediagebruik, bewust online zijn en dat alles vanuit innerlijke overtuiging.
Terugkijkend naar al die jaren mediagebruik in het gezin zie ik hoe waar het is wat de mediapedagoog zegt. Je maakt fouten, ziet dingen over het hoofd, hebt achteraf spijt van beslissingen. Maar juist daar hebben we als ouders en ook als kinderen het meeste van geleerd.
Het is ook goed te erkennen dat de smartphone anno 2026 een gegeven is. Het kan aantrekkelijk lijken om het apparaat collectief in het kanaal te gooien, maar dat is niet realistisch. We moeten het ermee doen.
Terecht maakt Hoogendijk het onderscheid tussen nuttig en louter ontspannend mediagebruik, maar ook daarin is de praktijk weerbarstig. Dat leerden we toen we de kinderen toestonden visfilmpjes op YouTube te kijken. Dat lijkt een gerechtvaardigde keuze. De jongens vinden het prachtig om te zien hoe een sportvisser een dikke karper op de kant krijgt. De tips die hij geeft, komen goed van pas en stimuleren hen om er zelf met de hengel op uit te trekken. Schaduwzijde is wel dat grof taalgebruik
in de sportviswereld gemeengoed blijkt te zijn en de filmpjes vaak gepaard gaan met een flinke beat. Dan moet een deur die je hebt opengezet weer dicht, of een stukje dicht.
Mediaopvoeding is dus hard werken en opvoeders zijn ook geen robots. Welke moeder zal niet erkennen dat ze weleens een oogje dichtknijpt als de kinderen langer achter het scherm zitten dan gewenst, of zoals afgesproken?
Je zult op een regenachtige woensdagmiddag maar met een forse hoofdpijn door het huis lopen. Of met een hoofd dat wordt geplaagd door zorgen. Want laten we wel wezen: als kinderen een poosje achter het scherm zitten, is er rust in huis. Dat ze zich zo stilhouden, zorgt er dan ook weer voor
dat je kans loopt ze uit het oog te verliezen. Dat vraagt discipline, maar ook een zekere mildheid naar jezelf toe.
De mediapedagoog zit zelf nog in de jonge kinderen en dat maakt haar bescheiden. Die dienende houding zorgt ervoor dat ze niet zegt: „Zo moet het”, maar: „Zo kan het ook.” Dat voelt voor opvoeders als een verademing.
Ze maakt je warm voor een andere kijk op de zaak en dat brengt je een stuk dichter bij je doel dan schuldgevoelens aanpraten en angst kweken. Die andere kijk is sterk verweven met een leven bij een geopende Bijbel. In de Bijbel kom je ritme en regelmaat tegen als beschermende gewoonte, tegen afdwalen bij God vandaan. Maak het onmogelijk om niet aan God te denken in jullie huis, adviseert
Hoogendijk. Laat Gods verhaal, Gods Woord, het sterkst hoorbare verhaal in de opvoeding zijn.
Een doordacht dag- en weekritme maakt het leven overzichtelijker én rustiger. Het kan onze gedachten en ons gedrag juist richten op God. Wie dat leert beoefenen als gezin, heeft niet de strijd met de smartphone gewonnen, maar zal al die aanvallen een stuk beter kunnen weerstaan.
Het leven van een christen is er sinds de komst van de onlinewereld niet gemakkelijker op geworden. De keuze voor wel of geen smartphone moeten we in ons gezin nog een keer maken. Over vijf jaar, Deo volente. Ziende op de snelheid waarmee de ontwikkelingen nu gaan –denk aan kunstmatige
intelligentie– slaat de angst je om het hart. De tijdloze lessen die Hoogendijk in haar boek meegeeft, gebaseerd op de grootste Gids, maken dat we de toekomst toch met vertrouwen tegemoet mogen zien.